Historie

 

Zoals de naam al aangeeft, is de 'Rooie Wip' een wipmolen, het molentype dat is afgeleid van de standerdmolen, het oudste windmolentype in ons land. Wipmolens zijn doorgaans echter geen koren- maar poldermolens. Het bovenhuis met gevlucht kan vanaf de grond op de wind gezet worden. In de met riet gedekte ondertoren kon de molenaar wonen.

De Gemenewegse polder werd op 16 mei 1567 gesticht. Voor de bemaling werd ter hoogte van de huidige spoorlijn Leiden-Utrecht, tussen de Groenendijkse-molen en de Rijnenburger-molen in, een wipmolen gebouwd. De molen stond daar 66 jaar.

De eerste gebouwde wipmolens waren nog primitief. Zo werden de ondertorens niet afgedekt met riet of ander materiaal, alleen het bovenhuis was bekleed. Aan de schepradzijde werden tegen de hoekstijlen spatplanken getimmerd tegen het inwateren tijdens het malen. Het onderste geraamte stond verder bloot aan weer en wind. Dit was er de oorzaak van dat de molen het maar 66 jaar heeft kunnen uithouden.

Ter vervanging en door vergroting van de polder moest er een nieuwe molen worden gebouwd met een grotere vlucht dan de eerste molen, tevens moest er ook naar een andere locatie worden gezocht.

De Groenendijkse molen stond model voor de nieuw te bouwen molen. Eind september of begin oktober 1639 werd de molen maalvaardig opgeleverd en heeft tot eind 1956 met de wind het water weggemalen uit de Gemenewegse-polder. Via de Lodewijksvaart loosde de molen zijn water op de Oude Rijn. In januari 1957 werd een nieuw, elektrisch gemaal in gebruik gesteld waardoor de 'Rooie Wip' haar functie als gemaal verloor. 
Drie jaar later werd de molen met de toenmalige dienstwoning verkocht aan Aaltje Pool uit Den Haag voor 7500 gulden. Zij moest er voor zorgen dat de molen maalvaardig werd -en bleef- zodat de 'Rooie Wip' tot eind 1976 als hulpgemaal kon functioneren. Bij calamiteiten of buiten werking treden van het moderne gemaal, werd de 'Rooie Wip' nog ingezet voor polderbemaling. 

Daarna werden andere particulieren eigenaar van de molen. Eén van hen liet de oude dienstwoning slopen voor de bouw van een modern woonhuis op de zelfde plaats. De laatste particuliere eigenaar kon het onderhoud niet meer opbrengen en verkocht de molen in 1992 voor het symbolische bedrag van 1 gulden aan een speciaal voor deze molen opgerichte stichting.

Na maalvaardige restauratie in 1994/1995 kan het in 1894 vergrote scheprad in een rondmaalcircuit weer water verzetten. De 'Rooie Wip' bleef echter door zijn prachtige ligging een markant monument en een van de meest gefotografeerde molens van Nederland.

Bron: De Hollandsche Molen met correcties van oud molenaar Nico Varkevisser.